Noorderplantsoen Groningen

verder

Noorderplantsoen Groningen
.
De Vestingswet van 1874 maakte een einde aan de Groningse stadswallen en tevens het begin aan de singels en het plantsoen op de viervroeg-17e-eeuwse bolwerken: de Boteringe-, Jats-, Kruid- en Reitdiepsdwinger. De hoogteverschillen en de 'meanders' leenden zich goed voor een park in de Engelse landschapsstijl.

Terwijl de Frans-classicistische tuinkunst zich kenmerkt door rechte lanen, zichtkanalen en sierelementen gaat de Engelse stijl uit van een asymmetrische aanleg, slingerende paden, spiegelende waterpartijen, zichtlijnen in combinatie met hoogteverschillen, zachtglooiende grasvelden en de suggestie van een onbegrensde ruimte met behulp van bosschages.

Aanleg
De parkaanleg speelde zich af in 1879 bij de 'hoge berg' of Jatsdwinger, en de Fonteinvijver. Kort daarna werden in 1881 de vijver bij de Plantsoenbrug (vijver 1) en de vijver nabij de huidige speelweide gerealiseerd (vijver 2)
Pas veel later in 1920 is het laatste deel bij de Ebbingestraat (vijver 4) aangelegd.

Het park wordt doorsneden door een brede singelboulevard met een ovale verbreding of 'square', die uiteindelijk als vijverpartij met kiosk werd uitgevoerd.
De vijver kreeg later natuurstenen randen en trappen. De houten kiosk werd eerst vervangen door de 'melkkiosk' en in 1930 door het huidige paviljoen ('Jantje zag eens'). De muziekkoepel had in opdracht van de 'Vereeniging voor Volksvermaken' in 1910 plaats gemaakt voor de huidige variant in Art Nouveau-stijl.

Het park was uitgerust met gietijzeren banken met een houten zitting. De ingangen van het park werden geaccentueerd met hoge boombeplanting. Terwijl bij de Grachtstraat/ Noorderbuitensingel de bebouwing aansluit op het park, was er bij de Oranjesingel ruimte om een 'speelweide' aan te leggen. De brede Nassaulaan versterkt het effect