De Tuin van Menkemaborg

  Naar de Volgende serie

 

De Tuin van Menkemaborg

Omstreeks het midden van de 17de eeuw telde Groninger vele borgen. Bijna iedere dorp had zijn eigen borg. Sommige dorpen hadden meerdere borgen. In de eerste helft van de 18de eeuw beginnen de borgheren flink te slopen. 
om er luxe landhuis te creëren of er neer te zetten  

In de 18de eeuw is de borg  er vooral voor het uiterlijke vertoon met Franse tuin
met de geschoren hagen, een fontein, vijvers,terrassen, priëlen en beelden.  Het prachtige buitenhuis met bedienden, De fraai ingerichte Menkemaborg geeft een beeld van het leven van de Groninger jonkers in de zeventiende en achttiende eeuw. De tuin is weer gereconstrueerd naar het originele tuinplan uit circa 1705
De tuin bestaat uit een siertuin, theehuis, natuurlijke zonnewijzertuin, fruithof, moes- en kruidentuin en een doolhof. De rozentunnel staat gedurende de maand juli in bloei.e In de tuin bevindt zich een van de weinige, originele Nederlandse doolhoven    

Zo staan er in de tuin van Borg Verhildersum ook een aantal  prachtig 18de-eeuws tuinbeelden Het laatst verworven beeld stelt de Griekse godin Pallas Athene voor. Al heeft ze een helm op en is ze gewapend met een wapenschild, toch wordt ze gezien als de godin van de wijsheid. Het beeld is gemaakt van terracotta, gebakken klei, maar doordat het geschilderd is, lijkt het eerder van natuursteen. De sokkel is van zandsteen en eveneens geschilderd, waardoor beeld en sokkel een geheel vormen en beter beschermd zijn tegen weersinvloeden. kunnen verwerven. Het totale complex van borg met tuinen en singels geeft een beeld van hoe de Groninger jonkers in de 18e eeuw woonden en leefden. 

Tuingeschiedenis  Menkemaborg

De tuin was aan het einde van de 18e of het begin van de 19e eeuw voor een deel veranderd in een landschapstuin. in 1921 werd door Henri Copijn uit Groenekan een plan voor een nieuwe tuinaanleg gemaakt. Daarbij ging hij mede uit van een origineel tuinplan uit het begin van de 18e eeuw, dat in het huisarchief Menkema en Dijksterhuis aanwezig was. Het was een eenvoudig ontwerp, een echte Nederlandse baroktuin met rechte paden, geschoren heggen, gesnoeide taxusbomen en parterres met beplanting van buxus, maar zonder waterwerken, grote lanen of verre perspectieven. Copijn voegde een aantal nieuwe elementen toe, waaronder een doolhof. 

 

Barok; 1600 – 1760

 

Typerend voor de tuincultuur in deze periode zijn:

 

Een inrichting van hoofdassen en kruisende hulpassen;

Het hoofdgebouw staat altijd centraal;

Tweezijdige symmetrie;

De verhouding van de vakken is over het algemeen 3:5 en worden ingericht met versierde elementen bij de kruispunten;

Lage strak geschoren hagen;

Het gebruik van fijn grind

 

Molenheerdt’ te Siddeburen.