Jac. P. Thijsse

De Braak    Aalsmeer

Thijsse's Hof   Veenendaal

Thijsse's Hof   Aalsmeer

 

Jac. P. Thijsse


Jac. P. Thijsse wordt in
1865 in Maastricht geboren. Nadat hij onder meer in Grave woont, komt hij in Amsterdam terecht. Op tachtigjarige leeftijd overlijdt hij in Overveen. Volgens Jaap Zwier van de Heimans en Thijsse Stichting in Amsterdam was Jac. P. Thijsse „een wandelaar, een aartswandelaar”. Altijd was hij buiten te vinden. Hij zwierf te voet door heel het vaderland, dat hij het „beste en het schoonste land ter wereld” noemde.

Thijsse was onderwijzer en later biologieleraar aan een lyceum. Hij organiseerde –en dat was uniek voor zijn tijd– schoolwandelingen en -kampen met zijn leerlingen. Daarin stond de natuur centraal. De biologielessen van Thijsse hadden grote invloed op zijn studenten: in groten getale meldden zij zich aan voor de biologieopleiding aan de universiteit. Samen met zijn vriend E. Heimans, een al even bevlogen natuurmens, bracht hij door zijn activiteiten een denkproces op gang dat de maatschappij tot op vandaag vergaand beïnvloedt. De natuur was in de dagen van Thijsse zoiets als een onuitputtelijke bron van grondstoffen, een plaats waar je kon jagen en vissen, maar ook waar je je rommel goedkoop kon dumpen. „Thijsse en Heimans brachten een biologisch reveil teweeg”, aldus Zwier van de naar beide heren vernoemde stichting. „De manier waarop die twee bezig waren met de natuur, heeft veler belangstelling gewekt. De Verkade-albums hebben daartoe in grote mate bijgedragen”.


Tweede jeugd


Voor de Verkade-fabrieken schreef Thijsse in totaal achttien albums. Bekend zijn onder andere “Lente, Zomer, Herfst en Winter” en “De Bloemen en Haar Vrienden”. De titels “Eik en Beuk”, “Het Naardermeer”, “De Vecht”, “De IJsel”, en nu dan “Onze Groote Rivieren” beleefden een heruitgave. Die tweede jeugd komt niet uit de lucht vallen, maar is gekoppeld aan de actualiteit. Zoals “Het Naardermeer” in 1980 werd heruitgegeven naar aanleiding van het 75-jarig bestaan van de Vereniging Natuurmonumenten (Het Naardermeer was haar eerste aankoop), zo is de heruitgave van “Onze Groote Rivieren” te danken aan het feit dat de rivieren de laatste jaren onderwerp van discussie zijn onder boeren, burgers en beleidsmakers. De recente (bijna)overstromingen van 1993 en 1995 hebben de discussie slechts geïntensiveerd. Werden de stromen vroeger in een keurslijf geperst, nu ontwaakt steeds meer het besef van de noodzaak van bufferzones, die ten tijde van hoogwater een matigende invloed hebben doordat de rivier de ruimte heeft. Interessant aan het boek is de nuchtere en positieve kijk die Thijsse had op bijvoorbeeld 'verbeteringen' aan de rivier (bochtafsnijdingen) en de ontwikkeling van de industrieën rond de havens van Rotterdam. Het volgende citaat getuigt daarvan: „Die Zeehaven is één van de vele werken, waarmee de laatste driekwart eeuw de wereld van handel, scheepvaart en industrie aan de monden van den Rijn zich heeft opgewerkt tot een nieuw en grootsch bestaan. (...) Naburige steden en dorpen profiteeren evenzeer en zoo is dan het reusachtig geheel tot stand gekomen: de havens, fabrieken, werven, van Gorkum tot Vlaardingen, één van de voornaamste menschenwerken ter wereld. (...) Ik ben daar wel grootsch op en hoop van harte, dat de bedrijvigheid van vroeger zich spoedig herstelt”.


Zwerftochten


Thijsse beleefde als kind de reizen vanuit Grave naar zijn grootmoeder in Middelburg heel intens. „En dan kwam één van de belangrijkste momenten van de heele reis: het fort Sint-Andries en het aardige kleine sluisje, waar we doorheen moesten schutten om in de Waal te komen. Daar kon ik iedere keer opnieuw naar verlangen. (...) Op de Maas was het maar stilletjes, met hier en daar een tjalk, een paar visschertjes, een veerpont. Doch hier op de Waal was druk beweeg van van allerlei vaartuigen in beide richtingen, diep geladen steenschuiten, hooggestapelde schepen met hooi of rijshout (...) en puffende stoombooten, die met hun rookpluimen en rookslierten levendigheid en kracht gaven aan het landschap”. Zijn voorwoord besluit Thijsse met een wens. „Mogen zij (de rivieren, red.) U lokken tot heerlijk zwerftochten te land en te water ter vermeerdering van uw welbehagen, van uw vaderlandsliefde”.

terug